-
1 beconcurreren
v. compete with, compete with someone for, contend with someone for, vie for, struggle with someone for -
2 wedijveren
1 [trachten te overtreffen] vie/compete (with)2 [ijveren] strive (for)♦voorbeelden:1 met iemand/iets (kunnen) wedijveren in schoonheid • (be able) to rival someone/something in beautyniet met iemand/iets kunnen wedijveren in kwaliteit • be unable to rival someone/something in qualitymet elkaar wedijveren om iets • vie/compete (with each other) for something -
3 concurrentie
2 [de concurrenten] competition♦voorbeelden: -
4 iemand concurrentie aandoen
iemand concurrentie aandoenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > iemand concurrentie aandoen
-
5 concurreren
v. compete with, rival, contest -
6 beconcurreren
♦voorbeelden: -
7 iemand naar de kroon steken
iemand naar de kroon stekenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > iemand naar de kroon steken
-
8 kroon
1 [hoofdsieraad] crown2 [heerschappij] crown3 [vorst(in)] Crown4 [munt] crown♦voorbeelden:¶ dat spant de kroon • that beats everything, that takes the cakeiemand naar de kroon steken • compete with someonedat is de kroon op zijn werk • that is the crowning glory of his work -
9 met elkaar wedijveren om iets
met elkaar wedijveren om ietsvie/compete (with each other) for somethingVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > met elkaar wedijveren om iets
-
10 scherp
scherp1〈 het〉1 [snede van wapen] edge2 [kogels] ball♦voorbeelden:met scherp schieten • fire (with) live ammunition————————scherp21 [goed snijdend, geslepen] sharp2 [met een fijne punt] sharp(-pointed)4 [de zintuigen pijnlijk aandoend] sharp ⇒ pungent, hot, spicy 〈 voedsel〉, cutting 〈 kou, wind〉, biting 〈 kou, wind〉5 [streng] strict, severe9 [zonder veel speelruimte] 〈zie voorbeelden 9〉♦voorbeelden:scherpe rand • sharp edgedeze stok loopt scherp toe in een punt • this stick tapers off to a pointeen scherp licht • a glaring lightscherpe mosterd/kerrie • hot mustard/curryscherpe tabak • pungent tobaccoeen scherpe wind • a cutting windscherpe taal • trenchant languageop scherpe toon zijn instructies geven • rasp out one's instructionseen scherpe vraag • a pointed questionscherp uitvallen tegen iemand • lash out at someoneiemand/iets scherp veroordelen • condemn someone/something stronglyscherp gekant zijn tegen • be strongly opposed toeen scherp contrast vormen • be in sharp contrast withniet scherp omlijnd • not well-definedzich scherp aftekenen tegen • stand out boldly againstiets scherp uit laten komen • throw something into reliefscherp luisteren • listen intentlyscherp zien/horen • have a keen eye/earscherp concurreren • compete closely10 scherp zand • sharp/gritty sand -
11 deelnemen
1 [meedoen] participate (in) ⇒ take part (in), 〈 aanwezig zijn〉 attend, enter 〈 wedstrijd〉, compete (in) 〈 wedstrijd〉, join (in) 〈 gesprek〉2 [meevoelen] sympathize (with)♦voorbeelden:1 aan een wedstrijd/optocht deelnemen • take part in a contest/paradedeelnemen aan een examen • take an exam -
12 meedoen
♦voorbeelden:1 mag ik meedoen? • can I join in/you?hij kan nooit eens leuk meedoen • he can never join in the funmeedoen aan een wedstrijd • compete in a game/contestmeedoen aan een project/staking • participate/take part in a project/strikewaarom deed je niet mee aan de stemming? • why did you abstain (from voting)?meedoen aan een cadeau • contribute something towards a presentniet meedoen aan de strijd/het plan • stay out of the battle, have nothing to do with the plandaar doe ik niet aan mee • I won't be a party to thatmet de mode meedoen • follow the fashionmeedoen voor honderd gulden • put in a hundred guildersokay, ik doe mee • okay, count me invan het begin af meedoen • be in from the start -
13 opnemen
2 [op zich nemen] take on3 [weer opvatten] resume4 [laten afschrijven] withdraw5 [beoordelen] take6 [opvatten] take8 [nauwkeurig opmeten] measure (up)10 [weghalen] take/pull/tear up17 [opvegen] mop/wipe up♦voorbeelden:het vloerkleed opnemen • take up the carpet4 ƒ200,- opnemen • withdraw Dfl200,-een lening opnemen • take out a loaneen snipperdag opnemen • take the/a day offiets goed opnemen • take something wellhoe zou hij het opnemen? • how would he take it?iets hoog opnemen • not take kindly to somethingiets verkeerd opnemen • take something the wrong way7 iets goed opnemen • take a good look at/stock of somethingiemand nauwkeurig opnemen • observe/look at someone closelyiemand onderzoekend opnemen • scrutinize someonescherp/wantrouwend opnemen • eye sharply/keenly/suspiciouslyzij nam hem op van top tot teen • she looked him up and downop de band opnemen • tape, recordop de video opnemen • (video-)recordde tijd opnemen (van) • time a personin de stukken/notulen opnemen • enter in the documents/minutesnieuwe woorden opnemen in een woordenboek • enter new words in a dictionarylaten opnemen in een ziekenhuis • hospitalizeiets niet opnemen • leave out, omiteen clausule in een contract opnemen • insert a clause in a contractin het ziekenhuis opgenomen worden • be admitted to hospitalopnemen in een catalogus • put in a cataloguenamen in een lijst opnemen • include names on a list, list namesopnemen onder de rubriek …/in een rubriek • include under the heading …/in a columniemand als lid in een club opnemen • admit someone as a member of a club15 hij neemt alles heel snel/gemakkelijk op • he's very receptive/quick on the uptakeiets goed in zich opnemen • take something in18 deze spons neemt veel water op • this sponge takes up a lot of water/is very absorbenthet tegen iemand opnemen • take someone onhij kan het tegen iedereen opnemen • he can hold his own against anyonehet tegen anderen moeten opnemen • have to compete against othershet voor iemand/iets opnemen • make a stand for someone/something, speak/stick up for someone/something -
14 rivaliseren
См. также в других словарях:
compete with — index antagonize, counter, fight (battle), grapple Burton s Legal Thesaurus. William C. Burton. 2006 … Law dictionary
compete with someone for — contend with someone for, vie for, struggle with someone for … English contemporary dictionary
someone cannot compete (with) — someone/something/cannot compete (with) phrase someone or something can never be as good or successful as someone or something else Companies as small as ours just can’t compete with multinationals. Thesaurus: worsesynonym … Useful english dictionary
something cannot compete (with) — someone/something/cannot compete (with) phrase someone or something can never be as good or successful as someone or something else Companies as small as ours just can’t compete with multinationals. Thesaurus: worsesynonym … Useful english dictionary
compete — com‧pete [kəmˈpiːt] verb [intransitive] COMMERCE when one company or country competes with another, it tries to get people to buy its goods or services rather than those available from another company or country: • measures to enable Irish… … Financial and business terms
Compete — Com*pete , v. i. [imp. & p. p. {Competed}; p. pr. & vb. n. {Competing}.] [L. completere, competitum; com + petere to seek. See {Petition}.] To contend emulously; to seek or strive for the same thing, position, or reward for which another is… … The Collaborative International Dictionary of English
compete — com|pete W3S3 [kəmˈpi:t] v ▬▬▬▬▬▬▬ 1¦(business)¦ 2¦(person)¦ 3¦(in a competition)¦ 4 somebody/something can t compete with somebody/something ▬▬▬▬▬▬▬ [Date: 1600 1700; : Late Latin; Origin: competere [i] to try (with others) to get , from Latin,… … Dictionary of contemporary English
compete — [[t]kəmpi͟ːt[/t]] ♦♦♦ competes, competing, competed 1) V RECIP When one firm or country competes with another, it tries to get people to buy its own goods in preference to those of the other firm or country. You can also say that two firms or… … English dictionary
compete */*/*/ — UK [kəmˈpiːt] / US [kəmˈpɪt] verb [intransitive] Word forms compete : present tense I/you/we/they compete he/she/it competes present participle competing past tense competed past participle competed to try to be more successful than other… … English dictionary
compete — verb ADVERB ▪ effectively, successfully ▪ directly ▪ Their products compete directly with ours. ▪ head to head ▪ The company is prepared to compet … Collocations dictionary
compete — verb (I) 1 PERSON/BUSINESS to try to be more successful than another person or organization, especially in business (+ with): They found themselves competing with foreign companies for a share of the market. (+ for): She and her sister are always … Longman dictionary of contemporary English